Zorgbeleid

Visie op zorg

  • Brede Basiszorg

    De klasleerkracht is verantwoordelijk voor de klasgroep en fungeert dus als spilfiguur. Dagelijks gaat hij/zij met de leerlingen aan de slag. De leerkracht zorgt voor een veilig klasklimaat, een rijke leeromgeving en biedt een duidelijke en gestructureerde aanpak. Hij/zij heeft hierbij oog voor alle leerlingen en creëert voldoende tijd en kansen om hen de leerstof te laten verwerken. 

  • Verhoogde Zorg

    Wanneer de eerstelijnszorg niet voldoet, dan spreekt de leerkracht  de zorgcoördinator aan. Samen gaan we het probleem van het kind analyseren. Vanuit die analyse wordt gezocht naar mogelijke oplossingen. We willen immers zorg op maat bieden. Deze wordt zoveel mogelijk binnen de klasmuren aangeboden. 

    Ouders worden geïnformeerd en betrokken. Indien nodig worden er redicodis-maatregelen ( = remediëren, differentiëren, compenseren, dispenseren) opgemaakt.

  • Uitbreiding van zorg

    Onze school werkt nauw samen met het CLB en externe begeleiders (revalidatiecentra, logopedisten, kinesisten, ondersteuners, artsen , ……) en ouders. Op regelmatige basis of op vraag kunnen overlegmomenten georganiseerd worden. Aan de hand van hulpvragen van de leerkrachten, ouders of begeleiders, verslagen van artsen  wordt gezocht welke de beste stappen zijn om een kind verder en beter te helpen. 

  • Overstap naar school op maat

    Wanneer wij als school een leerling niet langer de hulp/ondersteuning kunnen bieden die nodig is voor zijn/haar verdere ontwikkeling kan - na overleg - de overstap naar een aangepaste school geadviseerd worden. 

    Met het voltallige schoolteam en alle externe betrokkenen

CLB

Wij zijn als school verbonden met het CLB VEURNE – DIKSMUIDE – WESTKUST

Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding

Oude Beestenmarkt 6
8630 Veurne
Tel. 051/ 50 45 58
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
www.vclb-veurne.be

Hoens Amber

Maatschappelijk werker

Verschave Jozefien

Psychopedagogisch consulent

Rabaey Greet

Paramedisch werker

Cathy Dilewyns

Arts

Dit schooljaar zijn er onderzoeken gepland voor:

  • 1ste kleuter: Onderzoek gebeurt op school, ouders kunnen hierbij aanwezig zijn indien ze dit wensen. Ouders die zich niet vrij kunnen maken tijdens de schooluren kunnen langs gaan voor het onderzoek in het CLB te Veurne
  • 1ste leerjaar: contactmoment eerste leerjaar en vaccineren + vaccineren 5de leerjaar. 

Kinddossier

Elke kleuter / leerling die op onze school binnenstapt krijgt een eigen digitaal dossiertje. Wij houden onze kinddossiers bij in Questi.

Kleuter:

We volgen het ontwikkelproces van onze kleuters nauw op. Hierbij houden de leerkrachten een digitaal observatiesysteem bij.

We leggen de focus op:

  • Beweging: zowel grove als fijne motoriek worden opgevolgd.
  • Taalontwikkeling
  • Sociale ontwikkeling
  • Denkontwikkeling: we volgen het logisch en wiskundig denken.
  • Betrokkenheid en welbevinden.
  • Zelfsturing (redzaamheid) en ondernemingszin
  • Muzische expressie.

2x per jaar is er een zorgoverleg met de zorgcoördinator. Alle kinderen uit de klas worden dan besproken.

2x per jaar worden er oudercontacten georganiseerd. De ouders worden dan uitgenodigd om over de evolutie van hun kleuter te praten. 

Lager

 Vanaf de lagere school worden in ons leerlingdossier ook resultaten opgenomen van genormeerde en gestandaardiseerde toetsen. Deze resultaten stellen ons in staat om de leerlingen systematisch te evalueren én op te volgen gedurende de lagere school.

Deze toetsen worden één maal per jaar afgenomen (laatste week van  september). De resultaten worden NIET op het rapport van uw kind geplaatst. Zij zijn dus - naast de wekelijkse/maandelijkse/... proefwerken en testen die wél op het rapport verschijnen - voor ons een manier om na te gaan in hoeverre leerlingen de leerstof op gebied van wiskunde beheersen én om te remediëren waar nodig. Op het einde van het schooljaar kunnen nogmaals testen afgenomen worden, maar dan enkel bij die kinderen waarvan we het nodig achten.

Verder worden ook observaties, toetsresultaten, avi-niveau, resultaten van testing, verslagen van gesprekken met ouders , verslagen van externe diensten (logo, reva, ...), ... in het leerlingvolgsysteem opgenomen. 

  • In ons digitaal zorgsysteem Questi kan dus  alle nuttige informatie die ons kan helpen om een leerling zo goed mogelijk te volgen in zijn/haar ontwikkelingsproces terug gevonden worden.

Wat is een zorgoverleg ?

Bij dit overlegmoment hebben we aandacht voor: 

  • Het welbevinden van de kleuter/leerling (= de mate waarin het kind zich goed voelt in de klas en op school).
  • De  betrokkenheid van de kleuter/leerling (= de mate waarmee het kind gedreven en geconcentreerd met klasactiviteiten omgaat).
  • De groei van de competenties (= de inzichten en vaardigheid waarover het kind beschikt, wat KAN het kind al). 
  • De taalontwikkeling.
  • De ontwikkeling van de sociale vaardigheden.

Contactmomenten

Elk schooljaar organiseren we een opendeurdag voor alle leerlingen van onze school. Ook nieuwe leerlingen / kleuters zijn dan welkom. Op deze momenten kunnen de ouders en kinderen kennis maken met hun juf en klas .

Telkens is dit weer een blij weerzien ! 

Dit schooljaar gaan de opendeurdagen door op:

  • 24 april 2020: afdeling Duinenstraat
  • 9 mei 2020 : afdeling Kloosterweg             

Telkens van 10 uur tot 12 uur.

In september worden de ouders van onze kleuters en onze leerlingen uit het lager onderwijs nog eens uitgenodigd voor een info-avond. Op dit moment wordt de klaswerking uitgelegd.

Gedurende het schooljaar worden er dan nog instapmomenten gepland voor de nieuwe instappertjes:

  • Donderdag 24-10-2019
  • Donderdag 19-12-2019
  • Donderdag 30-01-2020
  • Donderdag 20-02-2020
  • Donderdag 02-04-2020
  • Donderdag 14-05-2020

 Telkens van 10u30 tot 11u30 op beide afdelingen.

 Het spreekt voor zich dat onze deur altijd openstaat en dat indien u met vragen zit telkens bij ons, dir. Trees Gheysen, de klasleerkracht en zorgcoördinator Hilde Vormezeele, terecht kan.

Op weg naar het secundair onderwijs

Vanzelfsprekend zitten leerlingen van het zesde leerjaar met heel wat vragen over het secundair onderwijs. Ze staan immers  voor een heel belangrijke keuze. 

In de klas wordt er gewerkt met de boekjes: ‘studiekeuze naar het secundair onderwijs.’

In de klas maken de leerlingen kennis met de studiemogelijkheden in het secundair onderwijs. Hiervoor gebruikt de klasleerkracht de powerpoint die opgemaakt werd door het CLB.

Vanuit het CLB  worden er  info-avonden voor ouders van schoolverlaters georganiseerd op volgende data:

  • meer info binnenkort

Samen met de klasleerkracht vult de zorgcoördinator de baso-fiche in , deze wordt meegegeven met de leerlingen aan de ouders. (zie kindvolgdossier Questi).

Help mijn kind heeft een leerprobleem, wat nu ?

  • Dyscalculie

    Dyscalculie is een stoornis bij het leren rekenen.  Vaak heeft het te maken met:

    • geheugen en automatisering (bijv. splitsen en tafels niet onder de knie krijgen, cijfers niet correct lezen/schrijven, traag rekenen bij eenvoudige bewerkingen, klok niet vlot leren lezen,...)
    • vaardigheden en technieken (bijv. moeite hebben met de volgorde van de stappen die bij complexe berekeningen moeten worden uitgevoerd , een staartdeling uitvoeren of een vergelijking uitwerken, veel fouten maken in het uitvoeren van rekenprocedures : de volgorde van de bewerkingen altijd verwarren, motorische onhandigheid lat, passer en geodriehoek onvoldoende kunnen hanteren en onnauwkeurigheid bij technische tekeningen, moeite met kolommen en millimeterpapier,...)
    • inzicht  (bijv. problemen met onderdelen waarbij ruimtelijk inzicht en kennis van ruimtelijke begrippen van belang zijn (meetkunde), vooral steunen op geheugen, nieuwe inzichten enkel door veel oefening verwerven, ...)

    Er wordt van dyscalculie gesproken wanneer:

    • het probleem hardnekkig is: concreet betekent dit dat er weinig vooruitgang merkbaar is.  Intense hulp (minstens gedurende 6 maanden tot 1 jaar) kan de leerling vooruit helpen, maar toch evolueren de leeftijdsgenoten ondertussen sneller.
    • het probleem ernstig is: concreet betekent dit dat de uitslag op rekentesten op verschillende momenten steeds zeer zwak blijft, tot de laagste 10% behoren.
  • Dyslexie/dysorthografie

    Dyslexie is een stoornis bij het leren lezen en dysorthografie een stoornis bij het leren spellen.

    Deze leerlingen vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met lezen en met spelling. De fouten die zij maken lijken op verstrooidheidsfouten. Bijvoorbeeld:  ‘kineren’ in plaats van ‘kinderen’ schrijven.

     Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Bij vreemde talen geeft dit heel wat problemen.

     

    Dysorthografie is een spellingsprobleem. 

    Kinderen met dysorthografie hebben veel moeite om foutloos te schrijven. Het lukt hen niet verschillende schrijfstrategieën aan te leren en eigen te maken. In principe zijn de kinderen er wel toe in staat, ze horen en zien goed en hebben geen spraakprobleem of leerachterstand.

    Over het algemeen gebruikt men bij lees- en spellingsproblemen de term dyslexie. Het maken van een onderscheid kan toch nuttig zijn omdat kinderen met dysorthografie geen moeite hebben met lezen en begrijpend lezen. 

    Dus als alleen spelling een probleem vormt en het lezen gaat goed, dan spreekt men van dysorthografie.

  • AD(H)D

    ADHD wordt gekenmerkt door een aandachtstekort, impulsiviteit en/of hyperactiviteit.  Dit zijn alle drie normale en veel voorkomende verschijnselen, maar bij ADHD zijn ze erg hardnekkig en zo sterk dat de ontwikkeling erdoor bedreigd wordt.  ADD heeft alleen aandachtsproblemen zonder hyperactiviteit en impulsiviteit.

    Er wordt van ADHD gesproken wanneer:

    • er hyperactiviteit is: concreet kan zich dat uiten door lichamelijke onrust, maar ook door innerlijke onrust en impulsiviteit.  Bij hyperactiviteit kan er ook sprake zijn van overmatige beweeglijkheid.  Deze kinderen zijn zich er vaak niet van bewust.
    • Hij/zij  heel impulsief reageert: de handelingen moeten direct plaatsvinden en kunnen niet worden uitgesteld.  Het voortdurend reageren op de omgeving en gevolg geven van impulsen veroorzaakt het kenmerkend drukke gedrag van personen met ADHD.

    Er wordt van ADD gesproken wanneer:

    • Hij / zij dromerig en apatisch gedrag vertonen: deze kinderen  kunnen moeilijker aan een taak beginnen en hun aandacht erbij houden.
    • Deze kinderen  vergeten gemakkelijk en hebben moeite om zich te organiseren.  Ze presteren daardoor ook vaak onder hun niveau.
  • ASS (autisme)

    Leerlingen met ASS (autisme) hebben moeilijkheden op vlak van communicatie, moeilijkheden met sociale interactie en moeilijkheden op vlak van verbeelding.  

    Ze hebben meestal weerstand tegen verandering en kunnen een repetitief gedrag en/of een bepaald interessepatroon vertonen.  Deze problematiek startte reeds in de baby- of vroege kindertijd.

    Moeilijkheden op vlak van communicatie: enkele voorbeelden:

    • Bij kinderen met voldoende spraak zijn er duidelijk beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden.
    • Sommige kinderen kunnen een achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van gesproken taal hebben.
    • Sommige kinderen gebruiken stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig taalgebruik. 

    Moeilijkheden met sociale interactie: enkele voorbeelden: 

    • Deze kinderen hebben kunnen problemen ondervinden in het interpreteren  van verschillende vormen van non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaats-uitdrukkingen, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te bepalen.
    • Sommige kinderen slagen er niet in om met leeftijdsgenoten tot relatie te komen die passen bij het ontwikkelingsniveau of hebben een tekort in het spontaan proberen met anderen plezier en bezigheden te delen.
    • Anderen hebben dan eerder last afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid.
    • … 

    Moeilijkheden op vlak van verbeelding, weerstand tegen verandering, repetitief gedrag en/of een bepaald interessepatroon: enkele voorbeelden: 

    • Vaak hebben deze kinderen het moeilijk om zich in te leven in een gevarieerd of spontaan fantasiespel ( doen -alsof ) of sociaal imiterend spel ( nadoen - spel ) passend bij het ontwikkelingsniveau.
    • Sommigen zitten duidelijk vast aan bepaalde rituelen of routines.
    • Anderen maken dan weer herhalende motorische bewegingen ( b.v. fladderen, heen en weer wiegen… ).
  • Dyspraxie

    Leerlingen met ontwikkelingsdyspraxie (DCD - coördinatie-ontwikkelingsstoornis) hebben opvallende en blijvende moeilijkheden met (fijne en grove) motorische vaardigheden. Moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift. Onhandigheid, knoeien met eten, langzaam bij omkleden. Moeite met turnen en balspelen. Moeite met evenwicht, reactievermogen.

    Mogelijke sterke punten:

    • Geheugen: uitstekend lange termijngeheugen als het gaat om ervaringen:
    • Verbale vaardigheden: vlot taalgebruik, goede woordenschat
    • Sociale vaardigheden: groot doorzettingsvermogen, inlevingsvermogen

    Mogelijke zwakke punten:

    • Aandacht en concentratie: verhoogde afleidbaarheid
    • Oriëntatie in tijd en ruimte: moeilijk klok lezen, zwak gevoel voor tijd en ordening in tijd, weg vinden, begrippen links, rechts, voor, na, boven, onder zijn moeilijk
    • Visueel ruimtelijke vaardigheden: moeite met constructies, zwak in ‘driedimensionaal’ voorstellen
    • Orde en structuur: moeilijkheden om taken te plannen, agenda onvolledig ingevuld
    • Geheugen: problemen met onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens, problemen met complexe opdrachten, afspraken en spullen vergeten
    • Spreken: soms problemen met articulatie, bepaalde lettervolgorde en vloeiendheid bij het spreken
    • Sociale vaardigheden: soms onvolwassen gedrag en overdreven emoties, gedragsproblemen
  • Faalangst

    Wat is faalangst?

    Niemand faalt graag, er is ook niets mis met een gezonde motivatie om mislukkingen uit de weg te gaan.
    Angst op zich is bovendien een nuttig en gezond fenomeen. Angst installeert remmingen, het voorkomt dat je domme dingen doet of te grote risico’s neemt. Iedereen heeft wel eens stress of is wel eens angstig, dit heeft vaak betere prestaties tot gevolg.  Faalangst wordt echter problematisch wanneer de angst zo groot wordt dat het een negatieve invloed uitoefent op je prestaties. Wie last heeft van negatieve faalangst presteert onder zijn mogelijkheden.  Bij elke taak is hij al op voorhand bang dit niet tot een goed einde te kunnen brengen.

    Waar en wanneer?

    1. Hij gelooft dat als hij mislukt er een aantal belangrijke waarden worden bedreigd.

    • Het kind is bang een gevoel van zelfwaarde te verliezen ("Ik kan toch niets").
    • Hij vreest een negatieve appreciatie door zijn leerkracht, ouders, klasgenoten ("Dommerik").
    • Hij is bang om geborgenheid en persoonlijke relaties met ouders of leerkracht te verliezen ("Dat had ik niet van jou verwacht").
    • Hij heeft angst om psychisch en fysisch te lijden tijdens testmomenten ("Als ik geen 8 haal ...").

    2. Hij is ervan overtuigd - vaak ten onrechte - dat de kans op mislukken groot is.

    Mogelijke signalen?

    • Lichamelijke kenmerken: buik- of hoofdpijn, misselijkheid, stotteren, zweten, transpireren, slapeloosheid, oogcontact vermijden, vaak naar toilet moeten, blozen, knipperen met de ogen, droge mond
    • Cognitieve kenmerken: erg onzeker, piekeren, negatief over zichzelf, kijkt vaak hoe andere kinderen een opdracht uitvoeren, is bezig met wat al kan mislopen of wat hij niet kan, tunneldenken, vraagt ongewoon vaak naar bevestiging
    • Gedragsmatige kenmerken: geen initiatief of verantwoordelijkheid, zoekt grote groepen op waarin het zich kan verbergen, doet zelden mee aan een klasgesprek, leest de vragen vaak niet volledig, kan moeilijk tegen complimenten, liegen, erg perfectionistisch, niet kunnen stoppen met leren, soms grote mond of clownesk, kan niet stilzitten, is agressief

    Alternatieve uitspraken?

    Dat is te moeilijk.  Ik ben moe.  Ik ben daar te klein voor.  Ik heb dat nog niet geleerd.  Ik heb geen zin.  Wanneer is dit voorbij?  Ik moet naar toilet.  Het is hier te warm.  Ik wil naar mijn mama.  Die oefening is een beetje te moeilijk voor mij.

  • Gilles de la Tourette

    Het Tourette Syndroom (TS) wordt gekenmerkt door ongewenste bewegingen en geluiden die men 'tics' noemt. Wanneer er minstens twee motorische en één vocale tic (niet noodzakelijk tezelfdertijd) optreden en dit gedurende een periode van minstens één jaar, dan spreekt men van TS. Men kan gedurende dit jaar ook ticvrije periodes hebben die tot drie maanden kunnen gaan.

    De bewegingstics kunnen elk lichaamsdeel treffen en de geluidstics kunnen variëren van keelschrapen en snuiven tot het ongewild luidkeels roepen van woorden en zinnen. De eerste verschijnselen van het syndroom manifesteren zich meestal rond de leeftijd van zes tot zeven jaar, soms ook later, maar altijd voor het 21 ste levensjaar.  Men kan dezelfde tics behouden of steeds nieuwe krijgen die ook nog eens van dag tot dag kunnen wisselen in intensiteit. Er zijn echter geen twee mensen met TS hetzelfde, iedereen heeft zijn persoonlijke tics.

    Tourette neemt geleidelijk toe en komt vaak op een hoogtepunt rond de leeftijd van 12 jaar, meestal ook het moment waarop de jongere het middelbaar onderwijs binnenstapt. De tics en dwanghandelingen blijven meestal ernstig tot de leeftijd van 20 jaar, waarna ze vaak afnemen. Het hoeft geen betoog dat dit verloop de studies ernstig kan beïnvloeden. Straf, pesterijen en leerproblemen tijdens de schooljaren, sociale isolatie en depressie wanneer men volwassen is, kunnen het gevolg zijn. Onbegrip kan zware psychische schade toebrengen. Dit veroorzaakt vaak meer leed dan de Tourette zelf.

    Enkele kenmerken die kinderen zelf opsommen als ze de diagnose Gilles de la Tourette hebben:

    • Last van plotse, vlugge ongewilde bewegingen
    • Geluiden maken die andere mensen storen, maar waar ik helemaal niets kan aan doen
    • Soms maken mijn armen, mijn hoofd, of mijn ogen rare bewegingen. Ik probeer deze bewegingen te doen stoppen. Ik probeer die bewegingen tegen te houden omdat ik ze heel erg vervelend vind, voor mezelf, en ook voor de leerlingen die mij dan misschien heel raar gaan vinden.
    • Als ik dan in de klas mijn tics inhoud, heb ik er thuis achteraf nog meer last van.
    • Soms heel boos als ik iets niet eerlijk vind.  Ik heb daar dan achteraf spijt van. Ik ben ook nooit lang boos.
    • Soms heb ik ook last van gedachten die niet uit mijn hoofd willen.
    • Ook betrap ik mezelf erop dat ik soms alles MOET tellen.

    Soms wordt het ook een 'Stoornis met een gouden randje" genoemd vanwege de talenten die opduiken:

    gevoelig, empatisch, alles zeer intens beleven en aanvoelen, creatief (ook in het oplossen van problemen), inventief, vernieuwend, kan de dingen zien vanuit een uniek perspectief, scherp waarnemingsvermogen, alles gehoord en gezien, expert in het opmerken van details of vinden van dingen die verloren zijn (bvb. geld op de grond), flitsend reactievermogen, fantastisch gevoel voor humor, spontaan, grappig, energiek, open en niet achterbaks, groot rechtvaardigheidsgevoel, positieve feedback drijft hem, niet haatdragend, werkt snel als het iets is wat leuk is, moeilijk voor de gek te houden, ze doorzien u, kijkt altijd verder dan het uiterlijke aspect zowel van mensen, dingen of situaties, ziet de kern, nuchtere kijk op de dingen, zeer sociaal, origineel, geen kuddebeest, loyaal, dikwijls een uitgesproken talent (tekenen, instrument, acteren, sport, zingen), weinig kans dat ze ooit saaie pieten worden, reageren zelden onverschillig, ...

    Het brengt soms complicaties met zich mee die het leerproces bemoeilijken:

    • Ten eerste zijn er de tics. Tics hebben vaak een negatief effect op het handschrift en op het schrijftempo. Tics onderbreken telkens weer het leerproces. Het onderdrukken van de tics vraagt veel energie.
    • Specifieke leerproblemen kunnen de kop opsteken, in het bijzonder bij kinderen met een combinatie van TS + ADHD, omdat er dan sprake is van extra moeilijkheden op het vlak van aandacht, impulsiviteit en overbeweeglijkheid. Ook dwanghandelingen en -gedachten kunnen leiden tot concentratiemoeilijkheden en het leerproces negatief beïnvloeden.
    • Een sociale problematiek kan ontstaan wanneer het kind omwille van de verschijnselen van TS wordt afgewezen, gepest. Angst, agressie, depressie, kan het gevolg zijn.
  • Hoogbegaafdheid

    Wanneer mogen we denken aan hoogbegaafdheid?

    Aan hoogbegaafdheid kan doorgaans pas in de loop van de lagere school worden gedacht wanneer meerdere signalen laten vermoeden dat het kind voorop loopt en dit gedurende meerdere jaren en op verschillende gebieden.

    2 à 3% van onze kinderen is hoogbegaafd.

    Gedragingen en kenmerken van hoogbegaafde kinderen die bij ten minste drie wetenschappelijke auteurs genoemd worden zijn:

    Snel van begrip, grote denk- en leerstappen, verworven kennis goed toepassen, groot probleemoplossend en analyserend vermogen, goed geheugen, brede algemene interesse, doorvrager, scherp waarnemer, verbaal vaardiger dan leeftijdgenoten, origineel gevoel voor humor, creatief denkvermogen, denkt buiten reguliere kaders, wekt de indruk geestelijk vroegrijp te zijn, zoekt uitdagingen, perfectionistisch, in staat tot zelfreflectie, grote behoefte aan autonomie, accepteert regels en tradities niet klakkeloos, maar bevraagt deze, zoekt ontwikkelingsgelijken in oudere kinderen.

    Klik op onderstaande link om je een heldere kijk te geven op hoogbegaafdheid:

    http://www.hoogbloeier.be/Themas/Artikelen/2013/1/3_Types_leerlingen.html

     Het spreekt voor zich dat wij, als school , geen diagnose kunnen stellen. Indien wij een vermoeden hebben van een leerstoornis, wordt dit samen met het CLB en de ouders besproken. Tijdens deze overlegmomenten wordt dan samen met de ouders besproken welke stappen verder genomen kunnen worden.

Vaak worden voor kinderen met leerproblemen redicodis- maatregelen opgemaakt

Onder deze categorieën vallen alle maatregelen die scholen dagdagelijks nemen om tegemoet te komen aan de noden van kinderen met een specifieke zorgvraag en/of kinderen met een ontwikkelings- en leerstoornis.
DEZE MAATREGELEN ZIJN VOOR ELK KIND DAT ER NOOD AAN HEEFT ANDERS. Ze worden bijgehouden in het  leerlingendossier en OP GEREGELDE TIJDSTIPPEN HERBEKEKEN EN AANGEVULD OF GEWIJZIGD. Uiteraard wordt dit ook  met de ouders besproken. 

  • Remediëren: De leerlingen op een hoger niveau brengen door aangepaste activiteiten aan te bieden.
    We bieden individuele leerhulp aan om zo leerachterstand te vermijden.  We proberen ook variatie aan te brengen in de leerstof en aanpak om zo beter te kunnen inspelen op de noden van individuele leerlingen (differentiëren).
  • Dispenseren: Vrijstellen van bepaalde activiteiten/vrijstellen van bepaalde doelen.
  • Situaties die teveel stress of frustratie veroorzaken zodat de kans erin bestaat dat de leerling afhaakt, moeten vermeden worden. Het lijkt dan het beste dat er voor die leerling alternatieven worden gezocht of dat er voor die leerling bepaalde vrijstellingen gegeven worden.
  • Compenseren : Extra hulp aanbieden om de uitvoering te vergemakkelijken. 
  • Differentiëren is het bewust, doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie, verwerking en leertijd binnen een (heterogene) groep of klas leerlingen, op basis van onder andere hun prestaties, beheersingsniveau, leervoorkeur, interesse, motivatie en tempo.

Welke testen worden afgenomen ?

Kleuter

2de kleuterklas

In de maand februari wordt er bij alle kleuters de rekentest voorbereidend rekenen afgenomen van Paul Dudal. 

Welke begrippen worden getest:

  • Tellen tot 10
  • Rangorde: (eerste, laatste, vooraan, middelste,……)
  • Meer/minder/evenveel/ meest/ minst:
  • Plaatsbegrip (voor, achter, net na, net voor,….)
  • Hoeveelheden:
  • Inoefen van vergelijkingen (groter dan, korter dan, grootste, kleinste,…)

Na afname krijgt de leerkracht een handelingsplannetje zodat hij/zij de kleuters kan bijwerken daar waar nodig. 

We nemen ook een genormeerde individuele taaltest af, INTAK.

3de kleuterklas:

In oktober herhalen test voorbereidend rekenen Paul Dudal en de INTAK : hier kijken we welke leerevolutie het kind gemaakt heeft.

Aan de hand van het handelingsplan werkt de leerkracht de kleuter bij.

Aangezien deze testen een momentopname zijn, vormen de observaties van de kleuterleidster(s) gedurende de hele kleuterloopbaan  en de observaties van de klasleerkracht van de 3de kleuterklas, de basis voor het advies of een kind klaar is voor het eerste leerjaar. 

Dit gebeurt steeds in overleg met de zorgcoördinator, de directie, de eventuele externe ondersteuners en het CLB.

Bij twijfel kiezen we ervoor om de toeters af te nemen.

Lager

Salto is een screeningsinstrument dat de schoolse taalvaardigheid meet van leerlingen die in het eerste leerjaar starten. Resultaten op de toets geven aan welke leerlingen extra zorg en ondersteuning nodig hebben op het vlak van taalvaardigheid.

Wanneer?
De toets wordt afgenomen door de zorgcoördinator in het begin van het schooljaar, bij voorkeur in de periode eind september-begin oktober.
Het instrument gaat na of leerlingen voldoende taalvaardig zijn in het Nederlands om eenvoudige instructies, vragen en mededelingen over het schoolgebeuren te begrijpen. 

De toetstaken zijn opgebouwd rond realistische, concrete situaties waarin de leerlingen de schooltaal moeten begrijpen.

LVS

Het LVS of het Leerlingvolgsysteem bevat genormeerde en gestandaardiseerde toetsen. 

Deze toetsen worden één maal per jaar afgenomen (tussen 15 en 30 september). De resultaten worden NIET op het rapport van uw kind geplaatst. 

Zij zijn dus - naast de wekelijkse/maandelijkse/... proefwerken en testen die wél op het rapport verschijnen - voor ons een manier om na te gaan in hoeverre leerlingen de leerstof op gebied van wiskunde beheersen én om te remediëren waar nodig. Op het einde van het schooljaar kunnen nogmaals testen afgenomen worden, maar dan enkel bij die kinderen waarvan we het nodig achten. Deze resultaten stellen ons dus in staat om de leerlingen systematisch te evalueren én op te volgen gedurende de lagere school. 

  • Afnemen LVS wiskunde einde schooljaar: 27/05 – 07/06
  • Afnemen LVS spelling einde schooljaar: eerste week van juni.

Wij zeggen nee tegen pesten !

We blijven bewaken dat we een school zonder pesten zijn ! 

  • ‘Een luisterend oor bij Isidoor

In de brievenbus kunnen leerlingen een briefje posten. De brievenbus wordt dagelijks geledigd door juf Trees of juf Hilde. Naargelang de boodschap wordt hier gevolg aan gegeven.

  • We zetten in op geweldloze communicatie : we geloven sterk in de kracht van positief bevestigen! 

Wereldwijd worden de giraf en jakhals gebruikt om te illustreren waar Geweldloze Communicatie nu eigenlijk over gaat.

Marshall koos de giraf als symbool van Geweldloze Communicatie omdat de giraf het landdier met het grootste hart ter wereld is (op de olifant na). Een groot hart helpt ons om ‘beter’ te kunnen luisteren. Als we als giraf luisteren, richten we ons dan ook op wat er leeft in het hart. Op wat we voelen en op wat onze behoeften zijn.

Een giraf heeft ook een lange nek. Dat heeft zo zijn voordelen … Eéntje daarvan is dat ik als giraf het vermogen heb om ver te kijken. Omdat ik ver kan kijken, zie ik veel meer, zie ik veel meer context, zie ik ook hoe mijn woorden/daden al dan niet bijdragen aan een duurzame uitkomst.

Daarnaast heeft de giraf ook zuur in zijn speeksel, waardoor hij taaie doornen zo maar kan verteren. Vrij handig als we stekelige woorden naar ons toe krijgen of met stekelige gedachten worstelen.

De giraf weet dat er overvloed is, dat er altijd manieren zijn om met eigen en andermans behoeften om te gaan.

De jakhals wordt gebruikt voor een manier van communiceren die we meestal meer gewoon zijn: oordelen over jezelf en de ander, vergelijken, analyseren, jezelf en de ander op de rooster leggen, angst voor tekort, anderen de schuld geven, in veralgemeningen denken, enz.

Wat is nu de clou van de zaak?

Wel, eigenlijk is elke jakhals een giraf. Echt waar, je moet ‘m alleen leren zien, leren horen.

Echt in elke jakhals zit een giraf. Misschien nog een baby-girafje met een taalprobleem. Maar ieder van ons is simpelweg een giraf in ontwikkeling.
En op elk moment heb je dus de keuze: spreek ik vanuit giraf-energie of vanuit jakhals-energie.

En voor luisteren geldt hetzelfde …
Als je kiest voor deze geweldloze manier van communiceren wil dat zeggen dat je weet dat je de keuze hebt om je giraffe- of jakhalsoren op te zetten.

Wij zetten in op leren leren !

Op onze school geloven wij sterk in het begeleiden van onze leerlingen bij het leren leren.

Vanaf de 1ste kleuterklas introduceren we de Winnie de Pooh kaarten:

  • Ik zit flink op mijn stoel.
  • Ik zwijg, ik ben stil in de klas. 
  • Ik luister goed naar de juf. 
  • Ik kijk goed naar de juf.
  • Ik denk na als de juf mij iets vraagt alvorens te antwoorden. 
  • Ik steek mijn vinger in de lucht als ik iets wil zeggen.

Vanaf de  3de kleuterklas brengen we volgende  4 vaardigheden aan:

  • Stoppen: ik moet stoppen met praten, prutsen, spelen, werken….. als de juf dit vraagt. 
  • Papegaaien: ik zeg na wat ik moet doen, zo weet ik ook heel precies wat er van mij gevraagd wordt.
  • Nauwkeurig werken: ik leer dat ik alles heel netjes en juist moet uitvoeren. Dit is belangrijk naar later toe. Ik leer dat slordig werken vaak minder goede resultaten opleverd.
  • Goed kijken en goed luisteren: ik leer dat het belangrijk is om goed te luisteren en te kijken naar de juf. Zo begrijp ik alle opdrachten juist en kan ik ze ook juist uitvoeren.

Deze vaardigheden zijn zeker van toepassing bij de overstap naar het lager onderwijs! We willen dan ook dat onze kleuters deze heel goed beheersen.

Deze kaarten hangen dan ook telkens uit in de klas zodat de kleuters en de klasleerkracht er telkens kan naar verwijzen als het nodig is. 

Eens de kleuters de 4 vaardigheden onder de knie hebben, brengen we ook de beren van Meichembaum aan. Spelenderwijs leren de kleuters waarom de 4 aangebrachte vaardigheden:  stoppen, nauwkeurig werken, papegaaien , goed kijken en goed luisteren zo belangrijk zijn in het leerproces. Deze kaarten komen ook verder in het lager onderwijs aan bod! 

Wat moet ik doen?

Met eigen woorden kunnen zeggen, herformuleren van wat er van hen verwacht wordt = PAPEGAAIEN.

Begrijp ik alles zodat ik aan het werk kan gaan?

Hoe moet ik dat doen?

Ik concentreer mij en werk in stilte.
Ik maak een plan, welke leerstrategieën heb ik geleerd
in de klas om de opdracht juist uit te voeren?
Ik hou mij ook aan mijn plan(ning).

Ik doe mijn werk !

Ik concentreer mij en werk in stilte.
Ik hou de tijd in het oog zodat ik de opdracht op tijd
kan afwerken.
Ik kijk goed of ik mijn plan juist uitvoer, sla ik geen
stappen over?
Ik werk niet snel, maar juist! Ik werk nauwkeurig!
Gebruik ik de juiste termen, leestekens, woorden,…..het
juiste woord zo moet het zijn…..!

Ik controleer ! Ik kijk mijn werk na !

Ik hou mijn aandacht ten top ! (ik kijk in stilte en
Geconcentreerd mijn werk na)
Ik stop bij elke opdracht en controleer ! (goed kijken)
Ik papegaai/ heb ik alle oefeningen gemaakt en
ingevuld ?

Heb ik alles nauwkeurig uitgevoerd ?
Het juiste woord moet het zijn !
Ik hou de tijd in de gaten!

Vanaf het 2de leerjaar brengen we de bouwstenen aan, deze leerzinnen helpen ons nog beter bij het leren leren:

Eerst juist, dan snel zo lukt het wel.
Ik zorg ervoor dat ik alles versta voor ik aan het werk ga.
Het juiste woord zo moet het zijn, een haas is een haas en geen konijn!
Drijf je aandacht ten top, wat onbelangrijk is zet je uit je kop!
Onthouden doe je goed als je het herhalen moet!

In het 4de leerjaar komen er nog 2 bouwstenen bij:

Ik maak een plan waar ik mij aan houden kan.
Ik begin op tijd, zo ben ik geen punten kwijt.

Tips voor kinderen

Maak een oefentoets of oefeningen op een online oefensite (bv. Bingel),

laat iemand je les afvragen.

Duid aan wat je minder goed kent, zodat je vooral dat stuk nog verder kan inoefenen.

Probeer voor jezelf na te gaan wat minder goed lukt, wat je minder goed kan onthouden en hoe dat komt. Noteer het of kleef een post-it.

Vraag aan de meester of juf uitleg over wat je niet begrijpt.  Doe dit tijdig, dus voor de toets!

DAGELIJKS HERHALEN levert betere resultaten op dan een eenmalige herhalings­beurt de dag voor je toets. Met andere woorden: 4 x 15 minuten herhalen, gespreid over 4 dagen, zal beter renderen dan 1 x 60 minuten  de dag voor de proef.

Herhaal tot je het kent.  Wees niet te snel tevreden om er vanaf te zijn.  Hou moedig vol en denk aan de beloning die volgt: een goeie toets maken!

10 Tips

  • Wat je leren wil, moet je vooraf BEGRIJPEN.
  • VERSCHILLENDE INPRENTINGEN van korte duur geven een beter resultaat dan een éénmalig leermoment van lange duur, m.a.w. 3 x 30 minuten inprenten is beter dan 90 aan een stuk.
  • Probeer je leerstof op te delen en te spreiden over verschillende dagen.  Hetgeen je van buiten geleerd hebt, zal je vergeten als je niet HERHAALT. Start iedere dag met een korte herhaling, en ga dan verder.
  • Wacht niet te lang met het eerste herhalingsmoment, liefst 1 à 2 uren na het memoriseren. Je vergeet het pas geleerde immers het snelst de eerste uren na het memoriseren.
  • Studeer geen 2 gelijksoortige vakken na elkaar.
  • Na een memoriseerperiode moet je een RUSTPAUZE inlassen alvorens opnieuw te memoriseren.
  • Ga om iets van buiten te leren niet gewoon voor je boek zitten, maar leer ACTIEF: je zal meer aandacht kunnen houden als je al eens luidop leest, de belangrijkste woorden opschrijft, jezelf schriftelijk controleert (met boek dicht).  Variatie helpt om je te concentreren en zo experimenteer je ook met manieren die voor jou het onthouden het makkelijkst maken.
  • GEHEUGENSTEUNTJES kunnen helpen:
    • het zijn middeltjes die je zelf bedenkt om moeilijke delen te onthouden, bv. onder­strepen, met kleur aanduiden, hardnekkige moeilijkheden op je prikbord of een zichtbare post-it aanbrengen, ...
    • andere hulpmiddelen: een schema, een tabel, een schets, ...
  • BRENG SAMEN: de definities, formules, moeilijke uitdrukkingen , zinnen... kan je best samenbrengen in één schrift of op steekkaart.
  • GEBRUIK JE KENNIS: hoe meer vreemde woorden, formules, symbolen, regels ... regelmatig toegepast worden (=herhalen), des te gemakkelijker je die zult onthouden.

IK LEER ZO!  NOG WAT TIPS…

Hier leer je stap voor stap hoe je beter kan studeren. 

Zeker in 5 en 6 komen deze tips goed van pas.

Studeren begint  in de klas! Ik zorg ervoor dat ik alles versta voor ik aan het werk ga!
Als ik de les goed volg in de klas, weet ik nog veel als ik thuis de les ga leren.
Ik stel vragen aan de juf of meester als ik iets niet goed begrijp.
Klasgenoten helpen elkaar. Samenwerken kan mij helpen om iets beter te begrijpen.
Ik vul mijn werkboeken volledig en correct in, want thuis moet ik het nog kunnen instuderen.
Ook mijn agenda is helemaal juist ingevuld.
Ik zorg dat ik op tijd klaar zit als de les gaat beginnen.
Ik ruim netjes op als de les gedaan is.
Ik laat graag mijn werk aan de juf of meester zien, want ik ben er fier op.
Uit mijn fouten kan ik leren. Ik raak niet in paniek, want ik moet niet alles onmiddellijk kunnen.
 
Wees ordelijk!
Ik houd mijn spullen op orde, dan kan ik ordelijk denken:
In mijn pennenzak of -doos en op de bank ligt alleen wat ik nodig heb voor de les.
In mijn boekentas zit alles op een vaste plaats. Ook in mijn bank hebben alle boeken en schriften een vaste plaats.
Ik werk netjes in mijn agenda zodat ik makkelijk kan zien wat ik moet doen.
Ik gebruik markeerstiften om iets duidelijk te maken, maar ik ben er zuinig mee en maak er geen kleurboek van. Iets onderstrepen, in kaders zetten, doe ik met mijn lat.
Mijn schriften zijn netjes en verzorgd.
Losse bladen steek ik dadelijk op de juiste plaats in een kaft.
 
Zorg voor een studievriendelijke omgeving!
Ik vermijd stoorzenders. Ik zoek een rustige, vaste en nette werkplek waar voldoende licht is zonder teveel afleiding (tv, computer, gsm,…).
Ik zit op een goede stoel en heb een goede zithouding.
Ik leg het nodige materiaal in mijn buurt: pennenzak, fluostiften,… en enkel de schriften en leerboeken die ik nodig heb voor het vak dat ik wil studeren.
Op een prikbord hang ik mijn weekplanning.
Het kan handig zijn om materiaal dubbel te voorzien: een kladschrift en een pennenzak voor mijn werkplek en één voor in de klas.
Ik spreek vooraf af wie mijn les opvraagt (mama, papa…). Ik probeer tegen die tijd dan ook de leerstof goed ingeoefend te hebben.
Ik maak er een gewoonte van om na mijn huiswerk mijn boekentas direct in orde te maken. Ander materiaal wordt netjes opgeruimd, zodat mijn werkplek weer klaar is voor de volgende dag.
 

Leer plannen! Ik maak een plan waar ik mij aan houden kan en ik begin op tijd, zo ben ik geen punten kwijt!
Ik bouw een weekplanning op. Hierbij houd ik rekening met:
vaste activiteiten (eten, slapen)
hobby’s en lievelingsbezigheden (sporten, tv)
een vast tijdstip om te beginnen
Ik verdeel mijn studietijd over geen te lange periodes. Ik wissel studeren af met ontspanning.
Ik studeer elke dag ongeveer even lang.
Ik duid aan wanneer ik een toets heb, zodat ik tijdig begin te studeren. Als ik een taak heb tegen een bepaalde datum, plan ik die ook in.  Daar dient een agenda voor! 
Ik bouw ook een dagplanning op, want deze is iedere dag anders. Ik zorg ervoor dat ik : 
de moeilijkste taken eerst plan
afwisseling heb, met wat ik prettig vind of goed kan en met wat ik niet leuk vind.
meer tijd  plan voor wat ik moeilijk vind.  Ik bewaak ook de tijd.
herhaling voorzie, want door herhalen onthoud ik beter. 
Ik hang mijn planning op een goed zichtbare plaats.
In de klas praat ik over mijn planning, zodat we van anderen kunnen leren en tips kunnen uitwisselen.

Gaat de toets toch niet zoals je verwacht had?
Ga dan voor jezelf na wat er misgelopen is! Zelfevaluatie!
Ik werk te slordig.
Ik antwoord onvolledig.
Ik heb nieuwe woorden niet goed leren schrijven.
Ik heb de opdracht (vraag) niet goed begrepen.
Ik heb de opdracht (vraag) niet goed gelezen.
Ik heb niet goed nagedacht bij het antwoord.
Ik heb niet voldoende oefenin­gen gemaakt.
Ik heb de les niet begrepen.
Ik schrijf te veel op.
Ik heb een fout ge­schreven in mijn map / schrift.
Ik heb niet genoeg gestudeerd.
Ik heb wel gestudeerd maar niet voldoende herhaald.


Vrije Basisschool Sint Pieter Adinkerke - De Panne
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien. • 058 415025 • 0496 503465

Site ontwerp en onderhoud door Bytehawk www.bytehawk.net